Daar is ze weer

Deze vrouw van 63, wijkverpleegster, alleenstaand, zonder kinderen, die nu voor de vierde keer bij me aanschuift. Ze heeft kennelijk veel te vertellen vandaag want we laten de gebruikelijke inleiding voor wat het is en ze steekt meteen van wal.
Ze weet dat ik toch wel de grote lijn en de doelen van onze bijeenkomsten bewaak.

Weet je Hanneke, er is me iets opgevallen de laatste tijd!

Mijn leven lang heb ik mezelf beschouwd als een soort gehandicapte.
Een soort van invalide als het mij niet zou lukken om dat ene te hebben: een vaste relatie, intimiteit met een leuke vent.

En vaak kijk ik dan vanaf een afstand naar mezelf en vind er van alles van. Een beetje een strenge mevrouw die oordeelt over de zielenpoot.
En jij weet hoe ik kan wegzakken in dat hopeloze rotgevoel, ik heb daar in het begin van onze bijeenkomsten nog wel staaltjes van weggegeven.

Ik weet nog die keer dat ik het vertikte om, in jouw taal,  mezelf beet te pakken en alleen maar boos en machteloos zat te zijn. Ik heb je toen niet een keer aangekeken en nauwelijks iets gezegd. Op de een of andere manier voelde het ook comfortabel, een gek woord voor de ellende die ik voelde, maar zo was het wel. Gewoon alles laten lopen, niks meer willen en wegzakken in de overtuiging dat ik er niks aan kon doen. Dat er iets van jou moest komen. Ook al had ik geen idee wat. Ik saboteerde alles.

En jij die maar rustig bij me zat. Ik wilde het niet toegeven aan mezelf maar ik voelde gewoon dat jij heel anders naar me keek dan ik naar mezelf keek. Ik voelde dat, hoe idioot ik me ook gedroeg, er bij jou niks veranderde. Jij bleef gewoon liefdevol naar me uitreiken, stelde af en toe zo’n typische Hanneke vraag zonder dat je ogenschijnlijk veel deed. Dat maakte me in het moment nog bozer, maar het is me steeds bijgebleven en ik snap het beter en beter.

Want dat is in essentie het werk dat wij hier samen doen. Toch?
Ik merk dat ik minder en minder mezelf zit te ontleden en vanaf een afstand veroordeel. Het is nu meer en meer: ik ben mezelf, ik zie helderder wie ik ben, er zijn geen twee ikken meer, maar, ja…. het voelt als samenvallen met mezelf. Dat klinkt wel gek he, maar ik heb er geen andere woorden voor.
Je ziet het wel eens in een filmpje, twee gezichten die over elkaar heen schuiven tot een gezicht.

Ik kan nu heel goed het verschil voelen tussen het rotgevoel van in mezelf wegzakken en het goeie gevoel van met mezelf samen vallen. Ik voel me dan licht en zacht. En kijk naar mezelf zoals jij naar me kijkt.
En weet je , dat is zo belangrijk als ik toch weer in de fout ga, dat ik weet wie er achter dat rotgevoel zit en dat dat vooral te maken heeft met hoe ik naar mezelf kijk.

Ik leg mezelf minder op van wat ik voorheen allemaal moest van mezelf, soms kan ik het echt armoedig vinden hoe ik daar een dagtaak van maakte. Het lukt me nog niet altijd hoor, maar wat me ook niet meer lukt is zo diep wegzakken. Ik heb nu een alternatief en ook de ervaring dat ik in het moment die keuze zelf kan maken.

En een beetje olijk: ik leer ook veel van jouw soort vragen hoor, dat is mooi meegenomen. Ik stel ze nu ook aan mijn cliënten.

Tenslotte,  vlak voor we het gesprek afronden:  Ik heb me steeds afgevraagd hoe je zo goed wist dat je precies zo moest reageren, ook toen ik mompelde dat ik weleens dacht aan ‘er een einde aan maken’.

Als ik haar vrolijk aankijk: ja zo kijk je nou altijd als ik je iets vraag waar ik eigenlijk zelf het antwoord al op heb.